hello world!
Published: 30 september 2015

Verslag ‘Kwetsbare ouderen’

door Corien Maljaars en Majorie Former

Voeding en beweging, een goede combinatie voor de spiermassa van ouderen

Door Dr. Michael Tieland-WUR

Exercise is King, Nutrition is Queen

Put them together and you have a Kingdom

(Jack Lalanne)

Sarcopenie

Er komen steeds meer ouderen, en ook steeds meer fragiele ouderen. Gedurende het ouder worden is er verlies van spiermassa en spierkracht (sarcopenie). De top van de spiermassa bereiken we rond de leeftijd van  ± 35 jaar, daarna neemt de spiermassa af. Vanaf 65 jaar gaat deze afname snel. Door ziekte en ziekenhuisopname kan dit met kilo’s per week gaan. De weegschaal is geen optimaal instrument om het verlies aan spiermassa weer te geven, impedantiemeting is beter. De spierkracht gaat veel sneller achteruit dan de spiermassa. Op 90-jarige leeftijd is deze gemiddeld nog maar 25%! Belangrijke oorzaken van sarcopenie zijn inactiviteit en inadequate voeding. De aanpak bestaat uit meer beweging (met name krachttraining) en verbetering van voedingsinname (eiwit). Ook de medicijnmarkt op dit gebied neemt heel snel toe (o.a. anabole steroïden en kreatine).

Niet alleen beweegnorm maar ook krachtnorm

Beweegnorm ouderen (55+): Een half uur matig intensief bewegen op minimaal 5, maar liefst 7 dagen per week

Krachtnorm ouderen: minimaal twee keer per week krachtoefeningen.

Er is sterk wetenschappelijk bewijs voor krachttraining:

. stimuleert eiwitsynthese

. verhoogt spiermassa en kracht

. verbetert fysiek functioneren

Rol van eiwit

Hoeveelheid eiwit

Het lijkt er op dat 0,8 gram eiwit/kg actueel lichaamsgewicht niet voldoende is (epidemiologische studie). Thuiswonende ouderen gebruiken gemiddeld 1 gram eiwit/kg, ouderen in verpleeghuizen gemiddeld 0,8 gram (maar 35% van hen gebruikt minder dan 0,7 gram/kg!) en bij de ziekenhuispopulatie ligt de inname nog lager. Hoe meer eiwit, hoe beter dit is voor de eiwitsynthese. Het is nog niet bekend waar het optimum ligt. Er zijn experts die zeggen dat je per hoofdmaaltijd minimaal 35 gram eiwit nodig hebt voor eiwitsynthese.

Conclusie

Door krachttraining zonder aanpassing van de voeding krijg je geen positieve balans. Voeding is noodzakelijk om de spiereiwitbalans positief te krijgen. Het omgekeerde geldt ook.

 Verlies aan eetlust en verlies aan levenslust

Marion Hoogkamer, diëtist en psycholoog (studie haptotherapie bijna afgerond).

Marion heeft zich gespecialiseerd in eet- en gewichtsproblemen. Als (bijna) afgestudeerd haptotherapeut is zij ervan overtuigd dat het belangrijk is mensen meer met hun gevoel in contact te laten komen waardoor honger- en verzadigingsgevoelens beter worden ervaren. Mensen kunnen soms vluchten voor hun negatieve gevoelens, waardoor ze het contact met hun lichaam kwijt raken en daardoor moeite hebben om honger en verzadiging te voelen. Door oefeningen vanuit de haptotherapie kan Marion mensen in contact brengen met deze gevoelens.

Marion bespreekt een casus van een terminale oudere mevrouw met slechte eetlust, die nu bij haar dochter in huis woont. Tijdens huisbezoek signaleert Marion dat de moeder de situatie accepteert en er vrede mee heeft om te sterven, terwijl de dochter heel onrustig is, van alles wil regelen en haar moeder niet wil laten gaan. Terwijl moeder in slaap valt, laat Marion de dochter haar verhaal vertellen. Als de moeder weer wakker is, drinkt zij wél van de drinkvoeding. Samenvattend: levenslust en eetlust gaan samen, eetlust ontstaat nooit onder dwang.

Vervolgens gaat Marion in op haar ervaring met verslaafden. Zij stelt dat verslaving eenzaamheid ten top is. Je herkent verslaving vaak aan snel en dwingend praten en het rationaliseren van ieder gevoel (= overlevingsmechanisme). Spanning slaat zich met name op in bekkenbodem, kaken en handen. Marion licht met haar kennis van en ervaring met haptotherapie toe, hoe je als diëtist hier een bijdrage kunt leveren.

Dr. Eva Leistra is gepromoveerd op de aanpak van ondervoeding in de (poli)klinische setting. Zij is projectleider/onderzoeker bij het Lectoraat Gewichtsmanagement van de Hogeschool van Amsterdam.

Zij vertelt dat 95% van de ouderen (65+) zelfstandig thuis woont. De absolute aantallen ondervoede ouderen in de eerste lijn liggen hoger dan in het ziekenhuis/verpleeghuis. De prevalentie is heel divers, hetgeen te maken heeft met de populatie, het moment van meten en de definitie van ondervoeding. In de nieuwe ESPEN definitie worden naast de BMI, gewicht en gewichtsverlies, ook de vetvrije massa meegenomen.

Eva is projectleider van het DIEET-project (Diëtetiek Effectiviteit en Toekomstbestendig). De doelstellingen zijn het meetbaar en beheersbaar maken van de effectiviteit in de eerstelijns diëtistenpraktijk. Onderzoekers bezoeken eerstelijns diëtisten en zijn aanwezig op het eerste consult van cliënten. Inmiddels zijn 600 diëtisten geïncludeerd.

Mogelijke succesfactoren waarop geobserveerd wordt, zijn:

  • Praktijk, locatie, consultruimte
  • Voorbereiding consult
  • Inhoud consult
  • Behandeldoelen en adviezen
  • Antropometrie
  • Afronding
  • Communicatie, gesprekstechnieken
  • Structuur, tijdsbewaking

Eva geeft aan dat het registreren van gegevens een belangrijk punt is. Zonder registratie kun je niet aantoonbaar effectief werken. Goede diagnostiek kan niet zonder aanvullende metingen en het stellen van SMART-doelen.

Dr. ir. Hinke Kruizenga (VUmc) presenteerde de eerste uitkomsten van de NPOZ, Nederlandse Prevalentiemeting  Ondervoeding in Ziekenhuizen 2014. Hierin zijn 9 ziekenhuizen en in totaal 2288 patiënten meegenomen.

Het NOPZ concludeert: in de Nederlandse ziekenhuizen heeft 14 tot 15% van de patiënten op een eerste opnamedag de screeningsuitslag “ondervoed”. Dit varieert medisch specialisme  van 2 tot 38%. Bij patiënten van de specialismen geriatrie (38%), oncologie (33%), gastro-enterologie (27%) en interne geneeskunde (27%) is de prevalentie van de screeningsuitslag “ondervoed” het hoogst. De patiënten met de screeningsuitslag “ondervoed” liggen 1,4 dag langer in het ziekenhuis.

Afhankelijk van de definitie van ondervoeding is 5-6 % ondervoed en slechts één op de zes wordt behandeld door een diëtist. Voor het herkennen van ondervoeding is screening heel belangrijk. Dat kan met de SNAQ of de MUST. Voor de diagnostiek is het belangrijk om te weten om welke vorm van ondervoeding het gaat en welke interventie gestart kan worden.

Vanuit de Stuurgroep Ondervoeding is een overdrachtsformulier transmurale zorg ontwikkeld. Patiënten liggen gemiddeld 4-5 dagen in het ziekenhuis en daarna zou de diëtist in de eerste lijn de zorg over moeten nemen, maar in de praktijk gebeurt dat nog te weinig. Daar ligt een uitdaging voor de diëtist in de eerste lijn.

In het ziekenhuis kan de screening en de diagnostiek op ondervoeding plaatsvinden en in de eerste lijn vindt de behandeling plaats. Daarvoor is een goede transmurale overdracht en samenwerking noodzakelijk. Op de website van de Stuurgroep staan voorbeelden van transmurale zorg (TOAD in Amsterdam, TODU in Utrecht). Het transmurale overdrachtsformulier is vanaf september beschikbaar in Evry.

Bent u diëtist of in opleiding voor diëtist?
Wordt dan lid van onze organisatie

Lid worden